Volvo is groot geworden met praktische, veilige maar ook behoorlijk vierkante stationcars voor de hele familie (en de hond). Denk maar aan de 240, 740 en 850 Estate. De V70 past al jaren prima in dit rijtje, al zijn de hoeken ook bij dit model na de facelift van 2007 weer wat ronder geworden.

De gereden V70 2.4D biedt ondanks deze iets rondere vormen nog steeds een hoop bagageruimte. Waar andere fabrikanten voor wat betreft hun stationcars steeds meer richting “lifestyle” schuiven ten koste van bagageruimte, bedient Volvo met dit model nog immer zijn trouwe schare rijders met veel ruimte.

Interieur

Als je de bagageklep opent gaapt daar een ruimte van maar liefst 575 liter onder de rolhoes tot 1600 liter met de achterbanken plat. Er is dan ook weinig wat je niet mee kunt nemen. Voorin zit je als een vorst op de grote Volvo stoelen, al claimde een Volvo-rijder die ik sprak dat de befaamde Volvo-stoelen steeds kleiner lijken te worden. Kan ook zijn dat de billen van de beste man steeds groter worden, maar dat terzijde.

De zit is relatief hoog, ook in de laagste stand. Dat past prima bij het karakter van deze estate, maar als je liever wat lager zit dan is deze V70 wellicht niets voor jou. Achterin zit je ook prima. Voldoende ruim, maar niet meer dan dat. In een Volkswagen Passat heb je bijvoorbeeld meer beenruimte. Grappig detail: de achterpassagiers beschikken over ventilatieroosters in de B-stijl.

Het dashboard is met deze 3e modelgeneratie ook flink aangepakt, en oogt nu moderner en luxer. Hij is onder andere voorzien van Volvo’s “zwevende” middenconsole en een nieuwe aluminium strip die doorloopt in de deuren voor een chique uitstraling.

Rijden

Onderweg merk je dat je met een flinke auto op pad bent. Lichtvoetig kun je de auto niet noemen, maar hij schuwt de bochten niet. Hij is behoorlijk comfortabel afgeveerd en de rijgeluiden zijn goed gedempt. Op lange reizen is het daarom een fijne auto om in te vertoeven. De draaicirkel is niet meer zo klein meer als de oude 740, maar die had achterwielaandrijving, dus dat is niet zo gek.

Roffel

Onder de motorkap ligt de karakteristiek klinkende 5-cilinder Volvo-diesel met een inhoud van 2.4 liter. De motor is niet superstil maar klinkt wel lekker. Het is een genot om deze motor richting de rode lijn te horen roffelen.

Dat doortrekken is echter helemaal niet nodig, want vanaf net iets meer dan stationair heb je al veel trekkracht voorhanden waardoor je deze V70 2.4D behoorlijk schakellui kunt rijden. De maxima van deze diesel liggen op 163 pk en 340 Nm, en daarmee kun je prima uit te voeten.

De lange heuvels van de Belgische Ardennen gaan dankzij het koppel makkelijk in de 6e versnelling, waar veel andere auto’s moeten terugschakelen. Het verbruik valt toch wat tegen. Gemiddeld reed ik met deze V70 2.4D bijna 1 op 14, waar ik met een ouder model D5 nog wel eens tegen de 1 op 16 aanschurkte. Wellicht toch te wijten aan het toegenomen gewicht en het standaard roetfilter.

In de D5-uitvoering ligt trouwens exact dezelfde motor, maar in die uitvoering levert de karaktervolle diesel 185pk. In deze 2.4D is hij dus “gedowntuned” naar 163 pk. Een bezoekje aan de chiptuner om dit vermogen vrij te schakelen ligt dan ook voor de hand, wat Volvo dan ook aanbiedt via tuningpartner Polestar. Niet dat het echt nodig is, maar het is wel leuk.

Conclusie

Ruime, comfortabele stationcar voor mensen met veel bagagehonger.

Pluspunten
Comfortabel
Fijne stoelen
Veel ruimte
Fijne motor

Minpunten
Niet echt zuinig
Niet voor de sportieve rijder